Muzikale opening
De middag werd geopend door een muzikale bijdrage van ‘Artist on the
Road’: Loubna, zang, Giovanni en Suzanna, muzikale ondersteuning. ‘Artist on
the Road’ bracht drie liedjes ten gehore die aansloten op het thema van de
middag.
Welkom door de dagvoorzitter
Nera Jerkovic, bestuurslid van Stichting Kezban en en tevens
dagvoorzitter, heette de aanwezigen hartelijk welkom, in het bijzonder het
Oranje Fonds en DCIM (Justitie), die subsidie voor het project verstrekten.
Aysel Calışkan, auteur van het autobiografische boek ‘Nootjes van het
huwelijk’ was als speciale gast aanwezig. Haar boek werd aan het eind van de
conferentie als cadeau aangeboden aan de contactpersoon bij het Oranje Fonds,
de panelleden van het publieksdebat en de directeur van TransAct,
samenwerkingspartner van Stichting Kezban.
Presentatie resultaten
De coördinator Voorlichting van Stichting Kezban, gaf een korte
presentatie van de resultaten van het project. In het eindverslag van het
voorlichtingsproject “Als ik haar was” staat een samenvatting van de
resultaten.
Hieronder worden enkele saillante punten weergegeven.
Er is een begin gemaakt met het stimuleren van lokale zelforganisaties
om een eigen project te starten en binnen hun eigen achterban huiselijk geweld
bespreekbaar te maken. De wens en behoefte om met voorlichtingen aan de slag
te gaan, is wel aanwezig, maar het ontbreekt vaak aan middelen en daadkracht
om dit daadwerkelijk te realiseren. De organisaties die serieus aan de slag
wilden hebben ondersteuning gekregen in het schrijven van een projectplan en
een begroting en het indienen van een subsidieaanvraag.
Het Oranje Fonds heeft aangegeven open te staan voor deze aanvragen van
allochtone zelforganisaties.
De reacties op de film waren divers.
De meest gehoorde (positieve) reacties zijn, dat de film herkenbaar is
en emoties oproept en daardoor een bruikbaar middel is om huiselijk geweld
bespreekbaar te maken. Soms werd de film stigmatiserend gevonden: aan de
voorlichter/begeleider was dan de taak om in de discussie de juiste
gesprekstoon te bereiken.
Een veel gehoord punt van kritiek is dat de film stopt waar de problematiek
begint. Ondanks dat in het handboek wel een beknopte sociale kaart is
opgenomen, missen veel organisaties informatie over vrouwenopvang,
daderhulpverlener en relatietherapie. Deze informatie is niet alleen handig
voor hulpverleners, maar voor iedereen die een voorlichting begeleidt.
Een ander punt van kritiek is dat de film slachtoffer en dader te zwart/wit
neerzet; er wordt te weinig aandacht besteed aan de reden waarom de dader (de
man in dit geval) geweld pleegt. In 2007 zal de eerste film gepresenteerd
worden, die juist gericht is op de rol van de man in zijn relatie, gezin en
omgeving: het project Huiselijke Vrede door Stichting ADA.
Stichting Kezban gaat alle opmerkingen bestuderen en zal bekijken in hoeverre
de methodiek aangevuld moet worden.
In dit project werd het mogelijk de mensen te bereiken waarvoor de methodiek
is ontworpen: de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Met goede
voorlichters, de juiste contactpersonen, samenwerking met en openheid naar
lokale zelforganisaties, is het doel bereikt: laagdrempelige voorlichting.
Belangrijk was dat de voorlichting gebeurde in (de) eigen taal, met verstand
van eigen cultuur, op bekende ontmoetingsplekken, op afgesproken tijden en in
vertrouwde en veilige sfeer. Zo konden 665 mensen de kans krijgen om over
huiselijk geweld te spreken.
Stichting Kezban hoort van veel kanten dat het jammer is dit project stop te
zetten. Men vindt dat het bewustwordingsproces niet onderbroken mag
worden. Het project in zijn huidige vorm zal echter stoppen.
Huiselijk geweld is namelijk een maatschappelijk probleem is, dat in alle
lagen en bevolkingsgroepen van de samenleving voortkomt. Stichting Kezban
heeft zich in dit project maar op een deel van de betrokken doelgroepen
gericht: de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Dit project is dus
slechts een aanzet geweest; maar wie de eerste stap niet zet…”
Tot slot werden achtereenvolgens bedankt Transact, voor de huisvesting en
begeleiding, het Oranje Fonds en DCIM voor de financiële steun en de
bestuursleden van Stichting Kezban die steeds aanspreekbaar waren voor
begeleiding, hulp en wijze raad.
Overhandiging eindverslag aan Oranjefonds
Latifa Lazaar, voorzitter van Stichting Kezban, overhandigde het
officiële eindverslag aan mevrouw Hulsebosch, contactpersoon van het Oranje
Fonds. Zij bedankte het Oranjefonds voor de financiële ondersteuning, waardoor
het onderhavige voorlichtingsproject aan de hand van de film “Als ik haar was”
mogelijk is geworden.
Het Oranje Fonds over subsidie en motivatie
Mevrouw Hulsebosch vertelde over het eerste contact met Stichting
Kezban. De enorme drive bij de bestuursleden om huiselijk geweld bespreekbaar
te maken in de Turkse en Marokkaanse gemeenschap, heeft het Oranje Fonds in
2003 doen besluiten om de ontwikkeling van de methodiek ‘Als ik háár was’ te
ondersteunen met een bijdrage van €30.000,-. Stichting Kezban ontving
daarnaast bijdragen van ministeries (€139.577,-), diverse fondsen (€104.000,-)
en de provincie Noord-Holland (€15.000,-). Met dit geld werden 2 films en een
handboek ontwikkeld. Op 15 januari 2004 werd de methodiek in De Balie in
Amsterdam gepresenteerd.
Het Oranje Fonds begreep dat met een methodiek alleen Stichting Kezban haar
doel niet zou kunnen bereiken, en financierde vervolgens het
implementatietraject met €150.000,-. Het Oranje Fonds spreekt met trots en
bewondering over de bereikte projectresultaten!
Het Oranje Fonds geeft op dit moment geen voorrang meer aan het thema
huiselijk geweld, maar alle aanvragen blijven welkom en worden beoordeeld via
de reguliere procedure.
Waar let het Oranje Fonds op bij een subsidieaanvraag?
• Financiële noodzaak
• Kwaliteit projectopzet
• Haalbaarheid
• Draagvlak
• Eigen inbreng
• Betrokkenheid doelgroep
• Duurzaam effect/verankering, d.w.z. geen eenmalige activiteit.
Sketches
Drie dames van Toneelgroep ‘Paradijs Verlorenen’ uit Amsterdam, schotelden het
publiek sketches voor over huiselijk geweld en cultuurverschillen.
De eerste sketch bestond uit een drieluik, waarin een jongen ‘advies’ krijgt
van zijn opa hoe om te gaan met vrouwen, vervolgens zijn eigen vrouw als
zodanig behandelt en tot slot zijn kind, die met de gevolgen geconfronteerd
wordt.
In de tweede sketch krijgt een docent van een middelbare school training in
omgangstechnieken met een Turkse vader, die hij moet vertellen dat zijn zoon
het ‘feestvarken’ van de school is. Het kost enige pogingen om de boodschap
goed over te brengen.
7. Publieksdebat
Na de pauze volgde het publieksdebat. Vier zelforganisaties presenteerden
hun lokale projecten om huiselijk geweld bespreekbaar te maken:
Allochtone Platform, Den Bosch – Ludwina van der Meijden
Het Allochtone Platform bestaat uit het OKC – Dubbel en Dwars, de
Somalische Vereniging, de Surinaamse Stichting WSH, Nuyn Libi, de Spaanse
Vereniging, de Turkse vereniging, het Marokkaans Platform en de Antilliaanse
en Arubaanse Vereniging. De vertegenwoordigers uit al deze doelgroepen staan
onder overkoepelende begeleiding van Palet.
Het Platform heeft een drietal doelstellingen: bewustwording, taboe
doorbreking en het bespreekbaar maken van huiselijk geweld binnen de
betreffende doelgroepen.
Verschillende activiteiten worden door het Platform georganiseerd, zoals
voorlichting en kadervorming, themabijeenkomsten voor zelforganisaties en een
jaarlijkse voorlichtingsmarkt.
Conclusie: Het is goed om te merken dat diverse organisaties samenwerken om
het onderwerp huiselijk geweld naar de doelgroep te brengen.
Volgend jaar wil het Allochtone Platform doorgaan met de activiteiten en deze
uitbreiden met toegankelijke methodieken.
Stichting YanYana, Amsterdam Noord – Seyit Ozilhan
De stichting heeft vorig jaar, met financiële hulp van het Oranje
Fonds, 10 huiskamerbijeenkomsten en 2 grotere informatiebijeenkomsten (een
voor vrouwen en een voor mannen) gehouden binnen de Turkse gemeenschap van
Amsterdam Noord. Gaandeweg heeft een mentaliteitsverandering plaatsgevonden in
de gemeenschap. Een groep mannen heeft het standpunt ingenomen: ‘wie zijn
vrouw slaat, is niet een van ons’! Dat werkt. In Amsterdam-Noord is het werk
van Stichting YanYana bekend geworden. Daardoor komen er steeds meer
hulpvragen binnen. Het is niet altijd gemakkelijk om slachtoffers van
huiselijk geweld te helpen, zeker niet als je zelf ook van Turkse afkomst bent
en de betreffende partner of familie kent. Stichting YanYana ziet het als taak
om daders aan te spreken op hun gedrag en uit te dragen dat huiselijk geweld
niet normaal is.
Kaya Koerdische Vrouwen Vereniging, Amsterdam – Muazzez
Muazzez heeft voor het Koerdisch Nederlands Cultureel Centrum Amsterdam
bij TransAct de training ‘Bespreekbaar maken van huiselijk geweld in Turkse en
Marokkaanse vrouwen- en mannengroepen’ gevolgd. Bij het betreffende KNCCA
zijn, tevens met subsidie van het Oranje Fonds, 10 huiskamerbijeenkomsten
gegeven, een start- en twee slotbijeenkomsten (een voor de eigen achterban en
een voor externe organisaties). Muazzez merkte dat er veel behoefte onder
vrouwen is om te praten over huiselijk geweld. Daarom is zij zich actiever
gaan inzetten voor de Koerdische Vrouwen Vereniging in Amsterdam en heeft
binnen deze organisatie haar voorlichtingsbijeenkomsten voortgezet. Nu zijn ze
op zoek naar meer trainingsmogelijkheden om vrouwen deskundiger en weerbaarder
te maken.
Moedercentrum ‘De Koffiepot’, Den Haag – Noortje van der Kaaden
Het moedercentrum heeft, na een aantal voorlichtingen door Stichting
Kezban, een pilot opgestart: een serie van 6 bijeenkomsten onder de titel
‘Rechten van vrouwen en huiselijk geweld’.
De eerste bijeenkomst was in samenwerking met het IND en ging over
verblijfspapieren en procedures. De opkomst was aanzienlijk: 43 vrouwen. Bij
de tweede bijeenkomst was een advocate aanwezig die vertelde over de laatste
ontwikkelingen op het gebied van familierecht in Marokko én Nederland. De
laatste vier bijeenkomsten waren gereserveerd voor het thema huiselijk geweld,
waarin de film ‘Als ik háár was’ werd gedraaid en in vervolgbijeenkomsten
gesproken werd over de geweldsspiraal, signalen (extra aandacht voor kinderen)
en hulpverlening.
Er is onder de vrouwen veel behoefte om hier mee door te gaan. Om die reden is
een training van 2 bijeenkomsten gegeven door de vrouwen van het Spreekuur
Huiselijk Geweld en de allochtone zorgconsulent over ‘feedback geven’, ‘nee
zeggen’ en ‘time-out’.
De pilot is uitermate geschikt voor een vervolg, uit te breiden met een
training weerbaarheid, en kan ook in andere moedercentra en organisaties
gebruikt worden. Knelpunten hiervoor blijven onder meer de financiën en het
waarborgen van samenwerkingsverbanden.
Na de vertellingen van de zelforganisaties over hun subprojecten, ging de
discussie voornamelijk over de zaken waar men tegenaan loopt bij hulpvragen,
aangifte en crisissituaties.
Wederom bleek er te weinig gepaste hulpverlening te zijn voor allochtone
slachtoffers. Vaak wordt dan een beroep gedaan op kennissen en netwerken uit
de eigen gemeenschap. Dat brengt een groot risico voor de hulpverlener en de
hulpvrager met zich mee.
Er was kritiek op de politie, omdat die niet goed inspeelt op crisissituaties.
Er zijn drempels bij het doen van aangifte. Een politieagente in de zaal nam
het voor haar collega’s op: bij de politiekorpsen wordt veel gedaan aan
training over huiselijk geweld. Er komt steeds meer bewustwording. Het is niet
juist om een permanent negatief beeld van de politie te geven, maar te
onderkennen dat er op dit moment goede ontwikkelingen plaatsvinden. Wel is
duidelijk dat het niveau nog erg verschilt per gebied en per hulpverlener of
politieagent.
Veel deelnemers wilden graag hun verhaal kwijt. Daarvoor was helaas niet
voldoende tijd. Wel was iedereen het erover eens dat praten over deze
praktijksituaties belangrijk is en moet worden voortgezet om zo met elkaar te
werken aan het bestrijden van huiselijk geweld.
8. Toekomstvisie Stichting Kezban
Tot slot was het woord aan Latifa Lazaar,
voorzitter van Stichting Kezban. Haar toespraak wordt hier integraal
weergegeven.
“Wie had dat gedacht 5 jaar geleden? In die tijd stond huiselijk geweld nog
nauwelijks op de politieke agenda. Het is pas de laatste paar jaren dat er
enorm veel aandacht aan besteed wordt. In ieder geval zijn wij vijf jaar
geleden al met een groepje van bezorgde vrouwen begonnen. U weet dat dit was
naar aanleiding van de moord op Kezban in 1999. Wij, als vrouwen, vonden het
belangrijk om Turkse en Marokkaanse vrouwen een stem te geven en het taboe op
huiselijk geweld te doorbreken.
We vieren vandaag een triest lustrum. Triest, omdat we nog steeds nodig zijn
en dat voorlopig ook wel zullen blijven. Ruim twee jaar geleden ging de film
“Als ik haar was” in première. Dit was op een grote conferentie in de Balie,
waardoor er plotseling veel aandacht was voor huiselijk geweld in Turkse en
Marokkaanse gezinnen. De film maakte heel wat los en als bestuur werden we
soms letterlijk plat gebeld. We reisden het hele land af en zagen al snel in
dat dit niet vol te houden was. Maar tegelijkertijd bewees het succes hoe hard
ons werk nodig is. Door een subsidie van het Oranjefonds konden we 12 vrouwen
opleiden om de film te begeleiden met mondelinge informatie. Daardoor zijn er,
zoals u al heeft gehoord, ongeveer 650 mensen bereikt. Soms in zalen, soms bij
vrouwen thuis. Wat uit al deze bijeenkomsten óók bleek, is dat er .. zeg
maar.. “nazorg” nodig is. Na de informatie hebben mensen behoefte om enige
tijd later nog eens na te praten en is het voor ons, als organisatie,
belangrijk om te zien of onze voorlichting effect heeft gehad.
We willen ons aanbod dus uitbreiden. En niet alleen met “nazorg”, (maar) we
zouden ook erg graag nieuwe doelgroepen bereiken, zoals jongeren en vrouwen
uit andere culturen. Daarbij willen we ook gebruik maken van nieuwe
methodieken, die passen bij de verschillende doelgroepen. Zoals u begrijpt, is
daarvoor extra scholing nodig voor onze voorlichtsters. Zij doen dit als
vrijwilligers, voor een kleine vergoeding. Ze zetten veel energie en tijd in.
Om zo effectief mogelijk te zijn is kwaliteit dus van groot belang. En daar
willen we graag in investeren!!
Bij het officiële einde van het voorlichtingsproject en ons vijfjarig bestaan,
is het goed om even stil te staan en terug te kijken op ons werk. De conclusie
is dat we veel hebben bereikt, dankzij de inzet van onze vrijwilligers, giften
van betrokken mensen en de gulle gaven van onder andere de Directie
Coördinatie Integratie Minderheden en het Oranjefonds.
Maar we willen meer! Zoals al gezegd willen we onze doelgroepen en methodieken
uitbreiden. Meer nazorg bieden en nog meer dan voorheen vrouwen een stem
geven. Vooral de slachtoffers zijn hierbij belangrijk. Door hun verhalen
kunnen we andere vrouwen inspireren om actie te nemen en niet in de
slachtofferrol te blijven zitten. Voor de vrouwen die al slachtoffer zijn
geworden zouden we graag een fonds oprichten. Dit fonds is bestemd om vrouwen
te ondersteunen die uit een geweldssituatie willen stappen, maar niet de
middelen hebben. Dat kan gaan om het kopen van een treinkaartje naar een
opvang, kosten van een advocaat of simpelweg een tandenborstel.
Het komt ook regelmatig voor dat vrouwen in de periode van opvang hun
verblijfsvergunning verliezen. Juridisch gezien komen deze vrouwen wél in
aanmerking voor een nieuwe verblijfsvergunning. Tijdens de duur van het proces
hebben deze vrouwen formeel geen recht meer op opvang. Wij zouden hier graag
verandering in zien en roepen iedereen op, die hier aanwezig is, samen met ons
deze strijd te voeren voor verandering van regelgeving.
Veel mensen hebben aangegeven dat ze actief willen worden voor Kezban. Dit kan
bijvoorbeeld door een netwerk op te zetten van vrouwen, die andere vrouwen in
een opvang –of geweldssituatie kunnen bezoeken en ondersteunen. Kortom, nog
veel werk te verzetten en daar hebben we hulp bij nodig. Menskracht, materiële
en immateriële hulp. Het is niet om onszelf dat we hier om vragen, maar voor
al die vrouwen die geen stem hebben. Samen kunnen we één luide stem vormen,
die gehoord kan worden. Ik nodig u allen uit, met ons samen die stem te
vormen.
Ik hoop dat u deze middag veel inspiratie heeft opgedaan. Bij de borrel kunt u
daar van gebruik maken, bijvoorbeeld door nieuwe netwerken te vormen en
krachten te bundelen. Stichting Kezban is klein maar dapper.
En misschien weet u dat de enige vijand van de grote olifant juist die kleine
mier is!!”
