HOME-PAGE Stichting Kezban

 

 

 

 

  1. wat is Stichting Kezban?
  2. Hallo Kezban
  3. the Kezban Foundation
  4. wie was Kezban
  5. achterlating
  6. achtergrondinformatie
  7. voorlichtingsmateriaal
  8. voorlichting
  9. bijzondere activiteiten
  10. nieuw op de site
  11. donateurs
  12. links
  13. e-mail

stichting KEZBAN


jaarverslag 2005

Voorwoord

Het jaar 2005, het vijfde jaar van het bestaan van Stichting Kezban, was voor het bestuur een heftig jaar. Doordat het onderwerp huiselijk geweld sinds de dood van Kezban in juni 1999 eindelijk de aandacht had gekregen die het verdient, begonnen wij te twijfelen aan het nut van ons voortbestaan. De druppel van ons initiatief was door al die projecten, nota’s en discussies uitgegroeid tot een steeds heviger regenval... Wat was tussen al die initiatieven de meerwaarde van Stichting Kezban? Ondanks het succes van het voorlichtingsproject met de film ‘Als ik háár was.....’ hield die toekomstdiscussie ons maandenlang bezig.
Dat kwam ook omdat het aantal hulpvragen in de aanvang van 2005 leek af te nemen. Die afname bleek echter de voorbode van een groeiend aantal vragen vanuit de kring rónd de slachtoffers of potentiële slachtoffers van huiselijk geweld, De vragen kwamen steeds vaker van hulpverleners; zelfs van de door de overheid in het leven geroepen regionale advies-en steunpunten huiselijk geweld (ASHG’s). Nu in allochtone kringen het onderwerp beter bespreekbaar begint te worden is meer dan ooit behoefte aan een centraal meldpunt, waar snel doorverwezen kan worden naar adequate hulpverlening voor iedereen! Ondanks dat op papier dingen wel goed geregeld zijn weten uitvoerenden dikwijls geen raad met bepaalde hulpvragen van vrouwen of meisjes en bellen/mailen dan naar Stichting Kezban voor een advies, of soms alleen om hulp bij het zoeken naar een veilige plek voor hun cliënt. Hulpverleners hebben behoefte aan informatie, dat is duidelijk. Maar omdat een goede oplossing voor een met geweld bedreigde vrouw of meisje lang niet altijd ligt bij uithuisplaatsing, blijkt ook steeds meer behoefte aan bemiddelaars tussen hulpvrager en familie. Vooral in eerwaak-kwesties, waarin behoedzaam moet worden opgetreden kan een ‘pool’ van bemiddelaars een behoefte vervullen.
Ideaal is het nog lang niet en in de loop van 2005 kwam het bestuur tot de conclusie dat Stichting Kezban zeker nog een taak te vervullen had, maar dat vernieuwing nodig was. De taken liggen in het ontwikkelen van nieuwe methodieken, het aanspreken van nieuwe doelgroepen, het voeling houden met de problematiek en vanuit onze eigen expertise kritisch volgen van de maatschappelijke ontwikkelingen. De kunst was nieuwe bestuursleden te vinden, die het nog altijd vrijwillige werk zouden willen voortzetten.
Het jaar 2006 is goed begonnen. Er kwamen nieuwe bestuursleden en de taken zijn anders verdeeld, zodat de oprichters van stichting Kezban het stokje in de loop van het jaar konden overdragen. Op 20 februari 2006 verliet Saadet Metin, mede-oprichter, het bestuur en heb ik het voorzitterschap overgedragen aan Latifa Lazaar. Op 28 september trad Cock Kerling, secretaris sinds de oprichting, af. De namen van het huidige bestuur staan op pagina dertien van dit verslag. Door al die bestuurlijke veranderingen verdwijnt een vertrouwd beeld van Stichting Kezban. De drie ‘werkers van het eerste uur’ zien met deze nieuwe bestuursleden een goede toekomst voor Stichting Kezban.
Hoewel ik niet weg ga uit het bestuur was dit wel mijn laatste voorwoord als voorzitter. Ik heb het met veel genoegen geschreven, tevreden terugkijkend op alles wat de stichting sinds de oprichting in januari 2001 heeft bereikt en vol vertrouwen dat de komende jaren het werk wordt voortgezet.

Nurdan Tatoglu

Oktober 2006



Inleiding

Stichting Kezban, opgericht in januari 2001, heeft als doelstelling het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld binnen relaties in allochtone kring. Het bestuur bestaat uit vrouwen van verschillende etnische herkomst. De ideeën tot de vorming van deze stichting zijn in 1999 ontstaan en wel naar aanleiding van de gewelddadige dood van een Turkse vrouw, genaamd Kezban. Zij werd in Zwijndrecht op straat en in het bijzijn van haar kinderen door haar ex-man neergeschoten.
De stichting wil de waakzaamheid en toegankelijkheid van de reguliere hulpverlening voor allochtone vrouwen vergroten en door het geven van voorlichting het onderwerp huiselijk geweld binnen allochtone kringen bespreekbaar maken. Voor het verwezenlijken van haar doelstellingen werkt de stichting nauw samen met verschillende landelijke en regionale organisaties, werkzaam op het gebied van huiselijk geweld. Stichting Kezban neemt deel aan het door de rijksoverheid georganiseerd structureel overleg over de problematiek van huiselijk geweld.

Statuten
De doelstellingen zijn:
- Het onderwerp geweld binnen allochtone kringen bespreekbaar maken door het geven van voorlichting;
- de waakzaamheid en toegankelijkheid van de reguliere hulpverlening voor allochtone vrouwen vergroten;
- alert zijn op het door de overheid gevoerde beleid betreffende huiselijk geweld en opkomen voor de belangen van allochtone vrouwen en meisjes.


Organisatie en werkwijze in 2005

Bestuur
Het bestuur van Kezban bestaat uit 6 bestuursleden, waarvan de meesten in hun dagelijks leven actief betrokken zijn bij de problematiek van allochtone vrouwen. Zij hebben een groot netwerk onder deze doelgroepen en fungeren vaak als vertrouwenspersoon voor de vrouwen die in moeilijkheden zitten.
Het bestuur komt een keer per maand bij elkaar, is verantwoordelijk voor initiatieven die door Stichting Kezban worden ondernomen en werkt gezamenlijk aan de doelstellingen van de stichting.
In juni nam mevrouw Zeynep Alantor afscheid van het bestuur.
In voorgaande jaren kwamen de bestuursleden thuis bijeen. Dit jaar werd een begin gemaakt met het vergaderen in een ‘gehuurde’ ruimte en niet langer bij een van de bestuursleden thuis. Het mocht niet veel kosten, maar met enig zoeken lukte het wel een geschikt, goedkoop vergaderzaaltje te huren.

Toekomstdiscussie
Al in 2004 bespeurden de bestuursleden van het eerste uur bij zichzelf een zekere vermoeidheid en alle bestuursleden deelden de zorg over de toekomst van Stichting Kezban als vrijwilligersorganisatie. Uitgebreid werd gesproken over wat onze stichting in de komende jaren nog te bieden had aan de samenleving, nu het onderwerp huiselijk geweld zo vóór op de agenda’s van de politiek, de samenleving, de media en de instellingen was komen te staan.

Sinds de oprichting van Stichting Kezban in januari 2001 is de wereld wat betreft huiselijk geweld (in Nederland) totaal veranderd. Het onderwerp is hoog op de agenda gekomen en er zijn veel instellingen en organisaties actief op dit terrein. Het bestuur is aan de slag gegaan met de vraag: wat is de meerwaarde van Stichting Kezban en hoe willen we deze in de toekomst vorm gaan geven.
Een inventarisatie van de problematiek, als het gaat over relationeel geweld in allochtone kringen, leidde tot de conclusie dat het doel waarvoor Stichting Kezban is opgericht op het moment van de discussie in voorjaar 2005 nog lang niet was bereikt.
De behoefte aan voorlichting is evident. Van de film ‘Als ik háár was...’ werden in 2004 en 2005 345 exemplaren verkocht; de belangstelling voor het voorlichtingsproject dat halverwege 2005 op gang kwam, de hulp- en informatievragen, die ons dagelijks bereikten en niet in het minst de eerwraakmoorden, die nog steeds plaatsvonden....nog genoeg te doen. De grote vraag was toch, op welke manier Stichting Kezban haar unieke positie in het inmiddels zo grote veld van hulpverleners, onderzoekers en notaschrijvers moest invullen in de toekomst. Niet opheffen, was de conclusie, maar met nieuwe bestuursleden, een doorstart maken. Het karakter van de actieorganisatie, die reageert op misstanden en behoeften uit de dagelijkse praktijk moet gehandhaafd blijven. De doelstellingen behoeven geen verandering, alleen de werkwijze moet aangepast worden. In elk geval moet een eind gemaakt worden aan de huidige bestuursvorm waarin de bestuursleden zelf het grootste deel van het uitvoerende werk doen. De eerste stap was het zoeken naar nieuwe bestuursleden en besloten werd een ‘advertentie’ voor bestuursleden uit te zetten in het eigen netwerk.
Het resulteerde in een aanbod van acht kandidaten, waarmee een eerste gesprek in kleine kring werd gevoerd. In november en december volgden kennismakingsgesprekken met het hele bestuur, en in het nieuwe jaar konden vier nieuwe bestuursleden benoemd worden, zodat ruimte ontstond voor het vertrek van de langstzittenden.

Deelname aan externe organisaties
Bestuursleden van Stichting Kezban maken deel uit van;
- het Landelijk Platform Huiselijk Geweld.
- het Nationaal Platform Eerwraak
- begeleidingscommissie filmproject ‘Huiselijke vrede’
- het Interventieteam ‘Relationele druk en geweld’.

Adviesfunctie
- een bestuurslid was adviseur van de werkgroep over Marokkaans familierecht, (Mudawwanah) die een informatiebrochure heeft gepresenteerd
- bestuursleden waren betrokken bij adviezen aan minister Verdonk met betrekking tot achtergelaten vrouwen in Turkije en Marokko
- ook nam een bestuurslid deel aan een onderzoek van de commissie Vreemdelingenzaken over gedwongen huwelijken
- Stichting Kezban werd uitgenodigd door minister Verdonk, om aanwezig te zijn bij haar gesprek met een delegatie van de Turkse organisatie Kader uit Diyarbakir
- een bestuurslid nam deel aan een paneldiscussie over eerwraak, georganiseerd door het COT in verband met hun onderzoek
- ter voorbereiding van een Tweede Kamerdebat over eerwraak in februari werd een hoorzitting georganiseerd door de Kamercommissie. Een bestuurslid heeft daaraan deelgenomen en tevens aan alle leden een presentatiemap uitgereikt.
- twee hulpverleners uit Turkije, die een week op bezoek waren bij het IOT, stelden zich op de hoogte van ons werk.

Vraagbaak
Stichting Kezban wordt steeds vaker, in 2005 minstens eens per week, benaderd voor deelname aan onderzoeken, zowel door professionele organisaties als door studenten. Bij de organisaties bleek Stichting Kezban bekend te zijn, of ten minste in het adresbestand voor te komen. De verzoeken van de studenten kwamen vrijwel allemaal via de website bij het secretariaat. Het betreft overigens wel uitsluitend vrouwelijke studenten, van zowel allochtone als autochtone afkomst. De studierichtingen en de studieniveaus zijn zeer divers en de meeste vragen kwamen van studenten die met hun afstudeeropdracht bezig waren. Hun studierichtingen waren Criminologie, Sociale Wetenschappen, HBO Maatschappelijk Werk en de Politieacademie. Maar er waren ook twee meisjes van de VMBO, die een scriptie en een spreekbeurt over het onderwerp wilden doen.
De bijdrage die van Stichting Kezban werd gevraagd was: deelname aan interviews en het beantwoorden van vragenlijsten. Daarnaast verwezen wij de studenten zo nodig naar literatuur en naar andere websites. De onderwerpen van onderzoek betroffen:
- Cultureel/etnische achtergronden van eerwraak
- huiselijk geweld onder asielzoekers
- vergelijkend onderzoek naar huiselijk geweld in Nederland en Turkije
- effecten van het emancipatiebeleid onder allochtone vrouwen
- het inschakelen van de huisarts door slachtoffers van huiselijk geweld en zo nee, waarom niet.
Verder benaderde ons een Britse journaliste omdat zij een boek over huiselijk geweld in Groot Brittannië schreef en dit in breed Europees verband wilde plaatsen.

Samenwerking
Praten doet geen Pijn; dit door het Ministerie van Justitie gesubsidieerde samenwerkingsproject van diverse allochtone organisaties presenteerde op 28 april haar eindrapport. Onze stichting was vanaf de start van dit project een actieve deelnemer en speelde ook een belangrijke rol bij het voorbereiden en invullen van de slotconferentie.

Actie
De noodzaak om actie te voeren en daarmee het grote publiek te informeren over de vreselijke misstanden en gebeurtenissen, blijft een noodzakelijk middel voor Stichting Kezban.
Op 12 maart was het een jaar geleden dat Gül in Zaandijk werd vermoord. Een goed moment om het album met foto’s, krantenknipsels en bloemenkaartjes, dat wij voor haar kinderen hadden gemaakt via via naar het verblijfsadres van Güls kinderen te sturen

Nominaties
Met vier anderen werd onze stichting genomineerd voor de Ab Harrewijnprijs. Op een mooie middag in mei werden de genomineerden voorgesteld en bleek de eerste prijs te gaan naar ‘Tussen wal en Schip’, een voedselbank in Bergen op Zoom. Wij vonden dat terecht en waren blij met onze ‘tweede’ prijs van €1000,00 en met de kans die ons geboden werd ons werk te promoten.

Media-aandacht
- Alle genomineerden voor de Ab Harrewijnprijs kregen voor de NCRV-radio de gelegenheid iets over hun organisatie of project te vertellen. Drie bestuursleden van Stichting Kezban werden gezamenlijk geïnterviewd door Hennie Brugman en op zondag 1 mei werd in het programma ‘Schepper en Co’ een uur aandacht besteed aan het werk van onze stichting.
- In NRC-Handelsblad van 14 mei noemt de schrijver en publicist Geert Mak in een paginagroot artikel, (waar het gaat over woorden en daden van deze regering) Stichting Kezban als een van de ongesubsidieerde vrouwengroepen die in de frontlinie staan bij de strijd tegen o.m. eerwraak, uithuwelijking, vrouwenmishandeling.
- Verschillende malen werd de pers-dvd met beelden van de film ‘Als ik háár was...’ gebruikt door regionale TV-programma’s om een item over huiselijk geweld te ondersteunen.

PR
- Als altijd werd de website bijgehouden door onze webmaster, Lucien den Arend, die vanuit Finland de site onderhoudt. Uit e-mails en telefoontjes blijkt de belangrijke plaats die de website inneemt bij de informatie over de doelstelling en de activiteiten van Stichting Kezban. Het bezoekersaantal (hits) blijft ongeveer gelijk (gemiddeld 11 per dag op de openingspagina). De meeste bezoekers gaan verder met zoeken op de site.
- De stichting was op 15 januari met een stand vertegenwoordigd op de conferentie Beijing 10+, waar gesproken werd over de ‘Agenda van de Toekomst’.


Donateurs
Vanaf de start ontvangen wij jaarlijks een kleine of grotere donatie van een vaste groep van ongeveer 20 mensen en groeperingen. Dit jaar hebben wij een paar zeer bijzondere donaties ontvangen. De afdeling Delft van Inner Wheels verzamelde geld voor Stichting Kezban in het kader van haar jubileumjaar. Een actrice, tevens een van onze voorlichters, haalde in haar theater op een avond zo maar een paar honderd euro op, nadat zij het publiek iets had verteld over haar werk voor Stichting Kezban. Als derde noemen wij een schrijver, die een deel van de opbrengst van een pamflet aan ons schonk. Met deze extra-opbrengsten konden wij een paar oude wensen vervullen. Onder meer konden wij ons voor het eerst in ons bestaan een werkweekend permitteren, om te brainstormen over onze toekomst.

PROJECTEN

1. Videofilmproject

In opdracht van Stichting Kezban wordt de distributie van de film ‘Als ik háár was...’ verzorgd door TransAct. In de eerste twee jaar werden de volgende aantallen verkocht.

VHS Turks VHS Arabisch VHS Berbers VHS NL DVD
1 Feb. 2004 –
1 Feb. 2005
71
63
20
47
56
1 Feb. 2005 –
1 Feb. 2006
12
14
10
15
36

Totaal
83
77
30
62
92

De film wordt altijd geleverd met het handboek en een aantal kleine (aankondiging)posters.
Buiten Stichting Kezban zijn veel meer organisaties die voorlichting geven over huiselijk geweld en niet alleen op landelijk niveau. Het is verrassend om te merken hoeveel organisaties, die voornamelijk werken met Turkse en Marokkaanse mannen en vrouwen, de film ‘Als ik háár was...’ in hun voorlichtingsbijeenkomst gebruiken.

2. Voorlichtingsproject “Als ik háár was…“

Inleiding
Vanaf de presentatie in januari 2004 bleek grote behoefte aan deskundige begeleiding bij de vertoning van de films. Het antwoord daarop was ons al in 2003 opgestelde voorlichtingsplan. Helaas werd pas in de loop van 2004 duidelijk dat voldoende subsidie kon worden verkregen. Het ministerie van Justitie, Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden (DCIM) subsidieerde het project binnen het samenwerkingsproject ‘Praten doet geen Pijn’ en ook ontvingen wij een subsidie van het Oranje Fonds.
In september 2004 startten de voorbereidingen van de verwerkelijking van dit project. Het aantrekken van de coördinator voorlichting was de eerste stap. Omdat de stichting geen eigen kantoor heeft en ook om andere redenen geen eigen personeel kan aanstellen werd een contract afgesloten met TransAct om de medewerker daar te positioneren. In november en december volgt de sollicitatieprocedure, die resulteerde in de aanstelling per 1 februari 2005 van twee vrouwen in een duobaan.

Werving en training voorlichters
Er zijn 12 voorlichters geworven, waarvan 6 van Turkse en 6 van Marokkaanse afkomst. Allen hebben in het voorjaar de training 'Bespreekbaar maken van huiselijk geweld binnen Turkse en Marokkaanse mannen- en vrouwengroepen' gevolgd, die in opdracht van Stichting Kezban door twee beleidsmedewerkers van TransAct is ontwikkeld. Ook door een aantal mensen van externe organisaties, veelal migranten zelforganisaties is de training gevolgd
Het organiseren van trainingen voor de voorlichters behoort tot de taak van de coördinator.
In de loop van het jaar is nog drie maal een trainings/intervisiebijeenkomst voor de voorlichters van Stichting Kezban gehouden.

Voorlichtingsbijeenkomsten
Met de voorlichters is afgesproken dat de coördinator in het projectjaar twee keer een beroep op hen kan doen voor het begeleiden van een voorlichtingsbijeenkomst. Een dergelijke bijeenkomst organiseren vergt veel contact tussen een coördinator en de betreffende organisatie. Het blijkt moeilijk uiteindelijk een datum en tijdstip te plannen. Niet alleen vanwege andere lopende activiteiten, maar ook vanwege de spanning die het onderwerp oproept. Een direct gevolg hiervan is dat veel voorlichtingsbijeenkomsten pas in het najaar van start zijn gegaan. In totaal zijn tot februari 2006 (het eerste projectjaar) rond de 20 bijeenkomsten georganiseerd met in totaal 300 deelnemers.
Het gaat hierbij om 130 Turkse vrouwen, 31 Turkse mannen, 25 Turkse jongeren en 114 Marokkaanse vrouwen.
Van elke voorlichtingsbijeenkomst wordt een evaluatie gemaakt door de voorlichter. In deze evaluatie komen onder meer de samenstelling van de groep, de reacties op de film en de besproken thema’s aan bod. Tevens kan de voorlichter in de evaluatie aangeven hoe de bijeenkomst is verlopen en of op bepaalde vlakken extra of andere ondersteuning gewenst is.

Subprojecten
Om continuïteit te garanderen van de voorlichtingsbijeenkomsten is een start gemaakt met het opzetten van subprojecten. Lokale organisaties, die meer dan één bijeenkomst willen organiseren en voor een bredere doelgroep, kunnen met ondersteuning van Stichting Kezban, subsidie aanvragen bij het Oranje Fonds. Een subproject bestaat grofweg uit het trainen van een aantal medewerkers uit de organisatie en het opzetten en begeleiden van meerdere voorlichtingsbijeenkomsten. Stichting Kezban biedt concrete ondersteuning in het opzetten van een projectplan en begroting. In vier plaatsen is in dit verslagjaar een subproject opgezet.

Regionale bijeenkomsten
In november en december 2005 zijn drie regionale bijeenkomsten georganiseerd om de voorlichtingsmethodiek van Stichting Kezban te presenteren en te evalueren.
De bijeenkomsten waren bestemd voor zelforganisaties (belangengroepen en personen met een sleutelfunctie in Turkse en Marokkaanse gemeenschappen), politie, voorlichters, hulpverleners, beleidsmakers, gemeenteambtenaren en andere experts op het gebied van huiselijk geweld in allochtone kringen.
Elke bijeenkomst behandelde een specifiek thema:
- Utrecht (11 november) Bespreekbaar maken van huiselijk geweld in allochtone kringen
- Den Haag (28 november) Ketenaanpak bij huiselijk geweld
- Tilburg (1 december) Wettelijk kader inzake huiselijk geweld
In totaal namen 90 mensen deel aan de bijeenkomsten.
Belangrijkste conclusies uit de bijeenkomsten zijn:
1. De voorlichtingsmethodiek sluit voldoende aan bij de behoeftes in het werkveld, aangezien het een middel is om een voorlichtingsbijeenkomst in te richten. Ook biedt de methodiek voldoende ruimte voor een eigen invulling aan organisaties en instellingen, die hier prijs op stellen.
2. De methodiek kan naar eigen wens worden gebruikt. De ene organisatie laat bijvoorbeeld de film per thema zien, de andere organisatie in zijn geheel. Ook de discussies daarna hoeven niet te verlopen zoals het handboek dit aangeeft. De methodiek vormt hier dus een belangrijke richtlijn, maar geen ijzeren wet.
3. Het belangrijkste knelpunt dat naar boven kwam bij het gebruiken van de methodiek is het gebrek aan kennis als het gaat om de afhankelijke verblijfsvergunning. Het is dan ook zeer belangrijk dat Stichting Kezban op de hoogte blijft van de actuele ontwikkelingen op dit gebied.
4. Nazorg wordt aangegeven als een zeer essentieel element in de voorlichting. Stichting Kezban zou nog meer samenwerking aan kunnen gaan met organisaties als de advies- en steunpunten huiselijk geweld en het maatschappelijk werk.
In januari van het jaar 2006 werd bekend dat het Oranje Fonds ook voor 2006 een subsidie wil verstrekken, zodat het voorlichtingsproject na een succesvolle start in 2005 in het nieuwe jaar voortgezet kan worden.

3. Coördinator Vrijwillige Contactpersonen

In november van het jaar 2003 ontvingen wij van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Directie Coördinatie Emancipatiebeleid (DCE), de subsidietoekenning voor het project 'Coördinatie Vrijwillige Contactpersonen'.
Het uitgangspunt van dit project was dat door de inzet van een coördinator de pool van vrijwillige contactpersonen zou worden uitgebreid en versterkt. Een project van ongeveer anderhalf jaar moest aantonen of deze vorm van professionalisering er toe zal leiden dat effectiever op de hulpvragen van allochtone slachtoffers van huiselijk geweld wordt gereageerd. Niet alleen door de vrijwilligers van Stichting Kezban, maar ook door de reguliere hulpverlening.
Aan het eind van het verslagjaar 2004 werd duidelijk dat het project niet zou voldoen aan de verwachtingen. Niet alleen de in 2003 gekozen opzet bleek niet reëel, maar ook was de maatschappelijke context, waarbinnen de uitgangspunten waren geformuleerd, in de verstreken twee jaren veranderd. In overleg met de subsidiegever is het project in september 2005 afgesloten.

Evaluatie
De belangrijkste taak voor de coördinator was het uitbreiden en versterken van de pool van vrijwillige contactpersonen. Het bleek echter niet gemakkelijk vanuit een beroepsmatige positie contacten met de aanwezige Vrijwillige Contactpersonen op te bouwen. De meesten zijn ook in hun dagelijks werk met deze of verwante problematiek bezig en zijn wel bereid in hun vrije tijd ‘iets’ te doen ter ontlasting van de bestuursleden van Stichting Kezban, maar een structurele binding is een brug te ver. De (ooit uitgesproken) behoefte aan coaching en training van de al werkzame vrijwillige contactpersonen bleek in de praktijk niet aanwezig. Men schrok eerder terug van een meer gestructureerde samenwerking, die onder meer registratie en tevoren geregelde beschikbaarheid inhield. Dat gold nog meer voor het werven van nieuwe contactpersonen, een andere taak van de coördinator. De band met aanwezige contactpersonen is ontstaan uit een vertrouwensrelatie met een bestuurslid. Voor het werven van nieuwe contactpersonen gingen wij uit van een lijst van mensen die zich, onder de indruk van de problematiek, uit eigen beweging aangemeld hadden om ‘íets’ te willen doen. In de praktijk bleken zij terug te schrikken voor de eisen en verantwoordelijkheden, die gepaard gaan met het begeleiden van hulpvragers.
Hieruit constateerden wij dat plaats en tijd voor dit project niet gunstig waren.
Het klimaat omtrent geweld (media-aandacht sinds de dood van Gül in maart 2004 en de moord op Theo van Gogh in november van dat jaar) was veranderd, maar ook is in die periode in heel Nederland een begin gemaakt met het ontwikkelen van allerlei projecten voor bestrijding van huiselijk geweld. De hulpvragen konden ergens anders worden gesteld, maar later (eind 2005 en ook 2006) bleken juist dáárvandaan de vragen toe te nemen.

De coördinator Vrijwillige Contactpersonen heeft voor de stichting een uitstekend rapportageformulier opgesteld, dat in de praktijk een snel en beter inzicht geeft in de situatie van de hulpvrager en de wijze waarop zij door Stichting Kezban is geholpen of geadviseerd.

Leerpunten
Stichting Kezban is er van overtuigd dat specifieke hulpverlening aan allochtone slachtoffers nog steeds erg nodig is. Hoewel het aantal hulpvragen niet die grote stijging heeft laten zien, die in 2003 werd verwacht en integendeel in de eerste helft van 2005 juist een ‘dip’ vertoonde blijkt uit de aard van de vragen dat de problematiek van allochtone vrouwen extra gecompliceerd is.
Als pilot is dit project beslist geslaagd, omdat de randvoorwaarden voor succes nu duidelijker omschreven kunnen worden. In de toekomst kan een project, gebaseerd op vrijwillige ondersteuning van hulpvragers, in een andere opzet een beter resultaat hebben.

4. Hulpvragen

Elk jaar, bij het opstellen van de gegevens voor het jaarverslag verbaast het ons hoeveel hulpvragen ons het afgelopen jaar hebben bereikt. Immers: de bestaande hulpverlening is tegenwoordig veel beter geïnformeerd over huiselijk geweld én wij dragen steeds uit dat Stichting Kezban geen hulpverlenende instelling is, maar een vrijwilligersorganisatie, die desgevraagd informatie en advies geeft.. Er blijkt anno 2005 nog altijd een enorme kloof te bestaan tussen hulpvrager en de mogelijkheden en kennis van de reguliere hulpverlening.
Rond 40 telefonische of e-mail-vragen kwamen binnen bij ons secretariaat, waarna de vragen werden doorgespeeld naar bestuursleden, vrijwilligers of (gedurende een deel van dit jaar) naar de coördinator Vrijwillige Contactpersonen. Dit keer waren zij nog al ongelijk verdeeld over het jaar, maar de vragen hebben allen te maken met bedreiging van of geweld tegen een allochtone vrouw binnen de relatie of familie. Vrijwel alle contacten met Stichting Kezban werden niet rechtstreeks gemaakt door het slachtoffer, maar werden gelegd door derden.
De stichting geeft in de meeste gevallen advies en informatie en verwijst door naar andere instanties of bemiddelt daarin actief. De aanpak van een bij ons aangemeld probleem verschilt van situatie tot situatie; het is 100% maatwerk.

Door wie worden we benaderd?
- Politie: men begrijpt de hulpvraag niet, zoekt geen of kan niet beschikken over een tolk, krijgt geen contact, omdat slachtoffer bang of onzeker is
- Maatschappelijk werker van ziekenhuis, GGD, RIAGG, School
- Jongerenwerker, ROC, inburgeringcursus
- COA, Raad voor de Kinderbescherming
- particulieren: buren, vrienden, pleeggezin
- slachtoffer

Aard van de hulpvragen
van de tussenpersoon:
- hoe kom ik aan een tolk
- kennen jullie Marokkaanse of Turkse hulpverleners in deze regio
- wilt u spreken met het slachtoffer
- kunt u zorgen voor opvang (!)
- kunt u haar overtuigen van bv. de noodzaak van een volgende stap
- bemiddeling van een vertrouwenspersoon uit eigen kring
van de hulpvrager:
- behoefte aan gesprek in eigen taal met een derde
- geen opvang beschikbaar
- geen zelfstandige verblijfsstatus
- bang voor uithuwelijking
- angst voor gevolgen van scheiding
- angst voor (seksueel) geweld tegen kinderen
- angst voor de eigen familie of die van de partner
- vraag om safehouse
- vraag om andere woonplaats/woonwijk (weg uit sociale controle)
- verslavingsproblematiek van de echtgenoot
- wantrouwen jegens maatschappelijk werk wegens slecht imago (‘ze nemen mijn kinderen af’)
- en nog veel andere problemen.

Knelpunten
Het ligt vooral aan de fase waarin het slachtoffer zich bevindt welke knelpunten wij tegenkomen. Slachtoffers zijn lang niet alle onwetend over hun rechten, maar vrijwel alle zijn zij bang voor de gevolgen van het hulpzoeken op zich zelf. De eerste stap maken is een enorme beslissing. Doet zij dat alleen of samen met een vertrouwd persoon? Dat maakt veel uit voor de rest van het proces. Opvallend vaak werd een probleem gesignaleerd door iemand uit de omgeving. Dit kan het gevolg zijn van de recente inspanningen (Praten doet geen Pijnproject) om het onderwerp huiselijk geweld bespreekbaar te maken. Goede, breed aangeboden voorlichting zou daarom kunnen bijdragen aan het voorkomen van escalatie van geweld in de huiselijke omgeving.
Helaas blijkt uit meldingen dat de politie, die vaak de eerste toegang is tot het hulpverleningscircuit, lang niet altijd adequaat reageert, maar ook door het slachtoffer niet direct beschouwd wordt als een ‘vriend’. Behalve onhandigheid ten opzichte van de problematiek heerst bij de politie (in 2005) nog veel onwetendheid over mogelijke oplossingen; dit ondanks de aanwezigheid van goede regionale voorbeelden.
Uit onze contacten constateren wij bij instellingen: gebrek aan kennis van de culturele achtergrond van de problematiek (niet alleen over eerwraak), ongeduld, onbegrip en een ‘Westerse” benadering van het slachtoffer. Bovendien beschikken niet alle instellingen over hulpverleners met allochtone achtergrond. Bij slachtoffers ontdekten wij wantrouwen jegens maatschappelijk werk (‘ze nemen mijn kinderen af’).
Probleemonderwerpen zijn:
- veiligheid, ook van de familie
- uithuwelijking
- taalproblemen
- verblijfsstatus
- crisisopvang
- safe-houses
- geschikte huisvesting
- logistieke problemen (‘gat’ tussen de vlucht en het blijfhuis)
Samenvattend: “waar de leemtes zijn doet men een beroep op Stichting Kezban”.

Hoe kent men ons?
- website
- folder
- collega’s
- familie, vrienden
- voormalige, (door St-Kezban geholpen) slachtoffers

5. Voorbeelden van hulpvragen

casus 1 (voorbeeld van attente buren)

In juni wordt de informatietelefoon gebeld door de heer X, een Nederlandse man met een vraag over de situatie van zijn buren.
Het gaat om een Marokkaanse vrouw van 20 jaar oud. Haar vader wil dat zij trouwt met een jongen in Marokko. Zij wil dat niet; niet alleen omdat zij hier al een (Afghaanse) vriend heeft, maar ook omdat zij vindt dat haar toekomst hier ligt en zij zelf wil kiezen met wie zij trouwt. Zij heeft verschillende malen met haar buren hierover gesproken, die haar een adres hebben gegeven waar ze eventueel tijdelijk naar toe kan. Zij heeft hiervan gebruik gemaakt, nadat zij tegen haar wil was meegenomen naar familie van haar ‘aanstaande’. Zij is toen in een vrouwenopvanghuis terechtgekomen. Na bemiddeling van de politie heeft haar vader een verklaring ondertekend dat haar niets zou gebeuren wat zij niet wilde en dat hij haar keuze zou respecteren. Daarop is zij weer naar huis gegaan. Haar vader zette haar echter toch onder druk om de verklaring bij de politie in te trekken en mee te gaan naar Marokko. Zij wilde niet en heeft een paar dagen bij haar schoolmentrix gezeten die haar na een gesprek met haar ouders adviseerde om weer naar huis te gaan. Dat heeft zij gedaan.
De heer X vertelt dat hij er niet gerust op is dat de kous hiermee af is. Onze contactpersoon heeft de afspraak gemaakt, indien de situatie opnieuw uit de hand dreigt te lopen, dat de vrouw contact kan opnemen met onze stichting en dat we dan verder kunnen zoeken naar een structurele oplossing. Tijdens dit gesprek is naar voren gekomen dat haar Afghaanse vriend haar behoorlijk steunt en volledig achter haar staat.
De vrouw heeft geen behoefte gehad aan verder contact.

casus 2 (voorbeeld van advisering in eigen taal)

In april 2005 kregen wij telefoon van een Turkse vrouw van 28 jaar met twee schoolgaande kinderen. Zij sprak slecht Nederlands en is door een Turkssprekende contactpersoon te woord gestaan. De vrouw vertelde dat zij in januari gescheiden was, maar dat haar man haar nog steeds lastig viel. Zij had geen familie in Nederland en voelde zich erg onveilig in haar huidige woonplaats. Zij werkte daar op het postkantoor en een collega had op Internet ons adres gevonden. De vraag was hoe zij zou kunnen verhuizen naar een andere gemeente, waar zij zich veiliger zou voelen. Behalve een woning moest zij daar ook werk en scholen voor de kinderen zien te vinden.
Onze contactpersoon heeft haar geadviseerd het gedrag van de (ex)man bij de politie te melden en zonodig een advocaat te regelen om een procedure tegen het stalken door haar ex te beginnen. Verder advies was naar het plaatselijk maatschappelijk werk te gaan, om haar bij te staan bij verhuisplannen en vooral om de werkgever te vertellen over de problematiek.
De vrouw was blij met het luisteren oor in haar eigen taal en zei aan het werk te gaan met de adviezen. Over de afloop is niet meer gerapporteerd.

Casus 3 (voorbeeld van logistieke problemen)

In mei 2005 ontvingen wij een noodkreet van een vrouw. Zij moest acuut weg bij haar psychopate man, die haar zowel geestelijk als lichamelijk zwaar mishandelde.
De vrouw sprak slecht Nederlands en kon de politie van haar woonplaats niet duidelijk maken dat zij niet de straat op durfde om aangifte te gaan doen. De contactpersoon van
Stichting Kezban heeft haar meegenomen naar een andere plaats in de buurt en is daar samen met haar naar het politiebureau gegaan. In diezelfde plaats is zij in de vrouwenopvang opgenomen, maar ze voelde er zich niet veilig op straat omdat het te dicht bij haar woonplaats was. Zij is door bemiddeling van Stichting Kezban verhuisd naar elders in Nederland.
De vrouw had ook een financieel probleem. Zij had stiekem het huis moeten verlaten en niets mee kunnen nemen. Omdat zij geen onafhankelijke verblijfsvergunning bezat, had zij geen recht op een uitkering en moest zij schulden maken in het opvanghuis. Zo kon zij geen treinkaartje betalen voor de reis naar het nieuwe opvanghuis. Het komt een enkele keer voor dat onze bemoeienis zo ver moet gaan dat wij voor slachtoffers toiletartikelen of beltegoed kopen. In dit geval is de hulpvrager, midden in de nacht, door een van ons per auto naar een opvanghuis aan de andere kant van het land vervoerd.
Een jaar verder kan gemeld worden dat mevrouw een zelfstandige verblijfsvergunning en woonruimte heeft gekregen; zij begint haar eigen leven op te bouwen.

casus 4 (voorbeeld van (on)bekendheid met de cultuur)

In het najaar van 2005 belt een plaatselijke politiefunctionaris met een van onze contactpersonen, met een vraag om advies.
Hij kreeg een vrouw in zijn spreekkamer, die vertelde dat haar broer vanuit haar land van herkomst onderweg was om haar te vermoorden. Haar familie bedreigde haar omdat zij haar man had verlaten. Zo werd de eer van de familie aangetast, want haar echtgenoot, waar ze al meer dan 15 jaar mee getrouwd was, stond bekend als een respectabel persoon. De vrouw had haar familie niets verteld over de achtergronden van haar vertrek.
“ Ik heb het idee, dat er goede redenen zijn voor de angst van deze vrouw, maar ik kom er niet achter wat er precies aan de hand is. Wilt u eens met haar praten? ”, was de vraag van de politiefunctionaris, die onze contactpersoon kende van vroegere hulpvragen.
Na verschillende telefoongesprekken met de vrouw kon onze contactpersoon haar uiteindelijk, samen met een politievrouw van hetzelfde land van herkomst, bezoeken.
De vrouw vertelde een moeilijk verhaal.
De man bleek helemaal niet zo respectabel als zijn uiterlijk gedrag, (actief in de moskee!) deed vermoeden, want hij had jarenlang zijn dochtertje, nu 12, seksueel misbruikt. Toen de moeder daar achterkwam wilde hij dat eerst niet toegeven, maar uiteindelijk erkende hij het en accepteerde hij dat zij en het kind weggingen. Zij wilde het niet aan haar familie of aan de politie vertellen, omdat ze eerst een financiële regeling met haar man wilde treffen. Het werd haar echter te gevaarlijk toen ze hoorde dat haar broer over kwam.
Nadat de situatie duidelijk werd heeft de politie de vrouw en het meisje kunnen helpen, want (helaas) vond haar familie de mishandeling van het kind minder belangrijk dan de eer van de familie. De vrouw is nu veilig en de Kinderbescherming heeft voor therapeutische hulp voor haar dochter gezorgd.

Zij waren of zijn actief voor Stichting Kezban

Bestuur in 2005:
mevr. Nurdan Tatoglu, voorzitter
mevr. Cock Kerling, secetaris-penningmeester
mevr. Saadet Metin
mevr. Zeynep Alantor, afgetreden in juni 2005
mevr. Saniye Tezcan
mevr. Latifa Lazaar

bestuursondersteuning: mevr. Hélène van Roode
webmaster: de heer Lucien den Arend

Coördinatoren voorlichtingsproject ‘Als ik háár was...’
mevr. Catharina Driesse
mevr. Hülya Karahiskali
mevr. Hanneke Felten, vervanger wegens zwangerschapsverlof van mevr. Driesse

Coördinator project Coördinatie Vrijwillige Contactpersonen
mevr. Khadija Nairi

Huidig bestuur * (oktober 2006):
mevr. Latifa Lazaar, voorzitter
mevr. Coby Katu-Bin-Mara, secretaris
mevr. Louwra de Groot, penningmeester
mevr. Nurdan Tatoglu
mevr. Saniye Tezcan
mevr. Nera Jerkovic
mevr. Saïda Hajjaji
mevr. Faren Sallak
* In februari 2006 is Saadet Metin afgetreden
en in september Cock Kerling

Adresgegevens:
Stichting Kezban
Postbus 166
1110 AD Diemen
Tel. 06-12507996
E-mail: info@st-kezban.nl
Website: www.st-kezban.nl

 

home  |  wat is Stichting Kezban?  |  wie was Kezban  |  nieuw op de site  | achtergrondinformatievoorlichtingsmateriaale-mail  |  links

 

 

 

Algemeen Nut Beogende Instelling
© ing KEZBAN
Postadres: Postbus 198, 5000 AD Tilburg.
E-mail:
info@st-kezban.nl
Gironummer: 6215405 t.n.v. Penningmeester Stichting Kezban te Almere
Inschrijving Kamer van Koophandel te Amsterdam onder nr. 34150064 
logo©Hüseyin Karadeli
webdesign Lucien den Arend sculptor