INHOUDSOPGAVE
Voorwoord
Inleiding
Organisatie en werkwijze in 2004
Projecten
Voorlichtingsproject “Als
ik háár was .....”
Coördinator Vrijwillige
Contactpersonen
Hulpverlening
Bijlage
flyer ‘Als ik háár was.....”
Het jaar 2004 begon heel spannend voor de Stichting Kezban met op 15 januari
de succesvolle presentatie van de voorlichtingsfilm “Als ik haar was..“ .
Het enthousiasme van de bezoekers, de pers, de vertegenwoordigers van
instellingen en de subsidiegevers over de presentatie maakte duidelijk dat we
met deze film de goede toon hadden getroffen. Ook bleek de grote behoefte aan
dit soort voorlichtingsmateriaal, want al snel na 15 januari rolden de
bestellingen binnen. Het was jammer dat we niet aansluitend met de geplande
voorlichtingscampagne konden beginnen, bij gebrek aan middelen. Maar in de
loop van het jaar kwam de financiering rond en kon de implementatiefase van de
film een aanvang nemen.
De sterke start van het jaar 2004 gaf het bestuur de impuls om met vol gas
verder te gaan. Dat het doel van onze stichting nog lang niet bereikt was
bleek al spoedig, met de dood van Gül in maart. En helaas was zij ook dit jaar
niet de enige vrouw, die door haar echtgenoot om het leven werd gebracht. De
onderwerpen eerwraak en huiselijk geweld krijgen door dit soort gebeurtenissen
wel algemene en politieke aandacht, maar er is nog veel meer nodig. Het zal
nog heel wat jaren van goedgerichte informatie en voorlichting kosten om dit
geweld te voorkomen.
Ook is er nog veel te verbeteren aan de hulpverlening. Hoewel wij vaak moeten
uitleggen dat Stichting Kezban geen hulpverlenende instelling is en wij geen
meldpunt hebben. kregen we vorig jaar toch een relatief groot aantal
hulpvragen, zelfs meer dan de vorige jaren. Dat leidt tot de conclusie dat de
reguliere hulpverlening, ondanks de groei van het aantal gemeentelijke en
regionale meldpunten, nog steeds onvoldoende toegerust is voor acute situaties
en ingewikkelde zaken. Wij ervaren dat de hulpverlening vaak erg versnipperd
werkt. Iedereen doet het op zijn eigen manier; er is te weinig overleg en
samenhang. Wij pleiten al jaren voor een centraal meldpunt, voor iedereen
bereikbaar, met daarachter een goed toegankelijk, effectief werkend netwerk
van voorzieningen. Hierdoor kan niet alleen de hulpverlening versneld worden
(voor het te laat is), maar een centrale aansturing is ook efficiënter en
goedkoper. Er zijn nu nog te veel losse eindjes.
Overigens constateren we met vreugde dat de samenwerking tussen instellingen
op landelijk niveau in de afgelopen periode gegroeid is.
Tot slot bedank ik namens het bestuur allen die ons ondersteund hebben met hun
belangstelling, hulp of donatie.
Nurdan Tatoglu
voorzitter
oktober 2005
Inleiding
Stichting Kezban, opgericht in januari 2001, heeft als doelstelling het
voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld binnen relaties in allochtone
kring. Het bestuur bestaat uit vrouwen van verschillende etnische herkomst. De
ideeën tot de vorming van deze stichting zijn in 1999 ontstaan en wel naar
aanleiding van de gewelddadige dood van een Turkse vrouw, genaamd Kezban. Zij
werd in Zwijndrecht op straat en in het bijzijn van haar kinderen door haar
ex-man neergeschoten.
De stichting wil de waakzaamheid en toegankelijkheid van de reguliere
hulpverlening voor allochtone vrouwen vergroten en door het geven van
voorlichting het onderwerp geweld binnen allochtone kringen bespreekbaar
maken. Voor het verwezenlijken van haar doelstellingen werkt de stichting nauw
samen met verschillende landelijke en regionale organisaties, werkzaam op het
gebied van huiselijk geweld. Stichting Kezban neemt deel aan het door de
rijksoverheid georganiseerd structureel overleg over de problematiek van
huiselijk geweld.
Statuten
De doelstellingen zijn:
- Het onderwerp geweld binnen allochtone kringen bespreekbaar maken door het
geven van voorlichting;
- de waakzaamheid en toegankelijkheid van de reguliere hulpverlening voor
allochtone vrouwen vergroten;
- alert zijn op het door de overheid gevoerde beleid betreffende huiselijk
geweld en opkomen voor de belangen van allochtone vrouwen en meisjes.
Organisatie en werkwijze in
2004
Bestuur
Aan het begin van het verslagjaar bestond het bestuur uit de volgende
personen:
Mw. Nurdan Tatoglu, voorzitter
Mw. Cock Kerling-Simons, secretaris
Mw. Belkis Tuna-Celikay, penningmeester
Mw. Saadet Metin
Mw. Zeynep Alantor
Mw. Saniye Tezcan
In mei verliet Mw. Belkis Tuna-Celikay het bestuur en trad Mw. L. Lazaar toe.
Geen van de bestuursleden wilde het penningmeesterschap op zich nemen. De
secretaris is daarom tijdelijk tevens de penningmeester. Mw. Celikay heeft
zich bereid verklaard het bestuur te ondersteunen met adviezen op het gebied
van financiën en personeelszaken.
Het bestuur vergaderde in het verslagjaar 14 keer.
Veel vergadertijd werd besteed aan de verschillende projecten, waardoor de in
december 2003 aangevangen discussies over de toekomstige organisatie van de
stichting in dit verslagjaar nog niet afgerond kon worden.
Secretariaat
Door de jaren heen heeft de werkkamer van de secretaris het karakter gekregen
van het kantoor van de stichting. Dat wordt versterkt doordat vanaf maart het
secretariaat ondersteund wordt door Hélène van Roode, die elke week een
dagdeel komt om, op vrijwillige basis, secretariële taken uit te voeren, zoals
post en archivering. Ook voor vakantievervanging kunnen we op verschillende
vrijwilligers een beroep doen. We zijn hen daarvoor veel dank verschuldigd.
Belangstellendenbijeenkomst
De grotere bekendheid van de stichting heeft tot gevolg dat er geregeld mensen
zijn die te kennen geven 'iets' voor de stichting te willen doen. Het bracht
ons op het idee een bijeenkomst te organiseren om nader wederzijds kennis te
maken. Op een zondagmiddag in juli zat het bestuur met een tiental mensen rond
de tafel en werden wederzijdse interesses en vaardigheden uitgewisseld. Met
een aantal mensen werd het contact voortgezet.
PR
Als altijd werd de website bijgehouden door onze webmaster, Lucien den Arend,
die vanuit Finland de site onderhoudt. Uit e-mails en telefoontjes blijkt de
belangrijke plaats die de website inneemt bij de informatie over de
doelstelling en de activiteiten van Stichting Kezban. In dit jaar is er ook
een vertaling van de nieuwe folder in het engels op de site geplaatst.
Deze nieuwe folder kwam begin van het jaar in roulatie.
Voor de film 'Als ik háár was...' is een prachtige flyer ontworpen door mw.
Elise Steilberg. Zij verzorgde ook de inlays voor de videobanden en de dvd en
in de zelfde stijl de affiches in A3-formaat. De informatie over de film staat
niet alleen op onze eigen website, doch ook op die van TransAct.
Bij verschillende gelegenheden werd een persbericht vervaardigd en -meestal
via internet- verspreid.
Gül
”Gaat het dan nooit over?
Wordt onze roep nog steeds niet gehoord? “
Het eerste, korte bericht in de pers over de dood van Gül, op 12 maart 2004,
veroorzaakte heftige emoties bij de bestuursleden van Stichting Kezban.
Gül, op straat, voor de deur van het Blijfhuis in Koog aan de Zaan in koelen
bloede vermoord door haar man, voor wie zij al tijden -samen met haar drie
kindertjes- op de vlucht was. Hoewel de stichting vrijwel wekelijks te maken
heeft met vrouwen in verschrikkelijke problemen, had deze moord zoveel
gelijkenis met die op Kezban, in 1999, dat het bestuur spontaan besloot er in
het openbaar over te rouwen.
Het bestuur stelde een open brief op en verspreidde die in de media. Diezelfde
avond, dinsdag 16 maart, kwamen we bij elkaar bij het station in Zaandam, om
bloemen en kaarsen neer te zetten. Hier waren behalve lokale bestuurders ook
lokale en landelijke media aanwezig. En samen met de gemeente Zaanstad en
medewerkers van het Blijfhuis werd op de vrijdag daarna een indrukwekkende
bijeenkomst georganiseerd in Zaanstad. Na een aantal speeches werd door
duizenden meegelopen in een stille tocht door Zaanstad. En ook weer bij
station Zaandam werden bloemen, kaarten en andere uitingen van medegevoel
neergelegd.
Het was niet alleen hartverwarmend, al die aandacht, zeker voor de medewerkers
van het Zaanse en andere Blijfhuizen, en voor de familieleden van het
slachtoffer. Maar het verder strekkende gevolg van al die aandacht voor de
dood van Gül is dat de politiek nu echt wakker is geworden. Wij zijn blij te
mogen constateren dat de grote aandacht voor deze afschuwelijke gebeurtenis
tot gevolg heeft dat de aanpak van (eer)wraak tegenwoordig voluit op de
politieke agenda staat (zie brief minister Verdonk dd 1-11-2004). En niet
alleen daar. De door ons aangesproken zelforganisaties zijn volop bezig de
discussie over huiselijk geweld (het beginpunt van de eerwraak) in eigen kring
aan de orde te stellen.
Samenwerking en vertegenwoordiging
Het Ministerie van Justitie faciliteert en subsidieert het project 'Praten
doet geen Pijn'. Stichting Kezban werkt intensief samen met de andere partners
aan de doelstelling van dit project: het bespreekbaar maken van huiselijk
geweld.
Stichting Kezban is deelnemer aan het door de ministeries van Justitie en VWS
georganiseerde Landelijk Platform Huiselijk Geweld.
In dit verslagjaar ontstond het Nationaal Platform Eerwraak; Stichting Kezban
is ook daarin vertegenwoordigd.
Een bestuurslid nam (op persoonlijke titel) deel aan een praatgroep, in het
leven geroepen door mw. Ciska Dresselhuis en mw. Ayaan Hirsi Ali, met als
onderwerp, emancipatie van vrouwen en meisjes met een Islamitische
achtergrond. De gebeurtenissen op en na 2 november maakten een einde aan deze
discussies.
Een ander bestuurslid werd (op persoonlijke titel) uitgenodigd zitting te
nemen in het interventieteam Relationeel geweld, geïnitieerd door minister
Verdonk.
De samenwerking met TransAct werd gedurende dit verslagjaar voortgezet en
geïntensiveerd.
Nominaties
Met enige trots kan het bestuur vermelden dat Stichting Kezban in het jaar
2004 opnieuw genomineerd werd voor een emancipatieprijs. De Triomfprijs.
Verder werd de film 'Als ik haar was...' vertoond op het Mediafestival ‘Keying
into the Brain’, op 22 april, en voorgedragen voor de SAM-award voor
doelgroepcommunicatie met beeldschermmedia, van de Stichting Audiovisuele
Media (SAM).
Hoewel in beide gevallen de hoofdprijs naar anderen ging was het bestuur toch
zeer in haar nopjes met de nominaties. Er spreekt waardering uit voor haar
moeizame arbeid en draagt bij aan naamsbekendheid van de stichting. Op die
manier werkt het ook positief aan het bereiken van de doelstellingen.
Verder werd onze film vertoond tijdens het Nederlands filmfestival in Utrecht,
van 22 september tot 1 oktober, op de Dag van de Opdrachtfilm.
PROJECTEN
Videofilmproject
Het jaar 2003 stond voor Stichting Kezban in het licht van de totstandkoming
van de videovoorlichtingsfilms “Als ik háár was…”, een Turkse en een
Marokkaanse film over huiselijk geweld. Van de Turkse film is ook een versie
gemaakt waarbij de Turkse taal niet alleen is ondertiteld, maar ook wordt
ingesproken in het Nederlands. De Marokkaanse film is beschikbaar in een
versie, die geheel in het Berbers is gesynchroniseerd.
De vier verschillende films zijn verkrijgbaar op VHS-band of gezamenlijk op
een dvd. TransAct verzorgt de distributie en ze worden alleen verkocht samen
met de handleiding, die gemaakt werd in samenwerking met TransAct. De film
“Als ik háár was…” slaagt er zeker in het onderwerp huiselijk geweld
bespreekbaar te maken.
Van het hele project is een uitvoerig en fraai geïllustreerd verslag gemaakt,
dat verkrijgbaar is bij het bestuur.
Presentatie
Een hoogtepunt in het jaar 2004 voor het bestuur van Stichting Kezban was de
officiële presentatie van de film “Als ik háár was...’ op 15 januari in De
Balie te Amsterdam.
De dag, die onder leiding stond van Nera Jerkovic, werd druk bezocht. Meer dan
140 genodigden kwamen naar de Balie. Onder de aanwezigen waren minister
Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie, en de heer Dijkstal van de
commissie PaVEM (Participatie Vrouwen uit Etnische Minderheden, beter bekend
als de 'commissie-Maxima'). Zij namen beiden een exemplaar van de dvd
officieel in ontvangst. Verder was een groot aantal organisaties
vertegenwoordigd die zich sterk maken voor de belangen van vrouwen en
allochtonen en voor de aanpak van huiselijk geweld.
's Ochtends werd (de Turkse versie van) de film aan de pers gepresenteerd. Bij
de ± 30 aanwezigen, voor wie een speciale pers-dvd met korte fragmenten van de
films beschikbaar was, waren ook Khadija Arib en Nihat Eski, Tweede Kamerleden
van de PvdA respectievelijk het CDA.
Na afloop werden de vele reacties, vragen en emoties die de film opriep
besproken. Door Twee Vandaag werd een reportage gemaakt, die nog dezelfde
avond werd uitgezonden. Later werd in kranten, op radio, TV en in de vakpers
veel aandacht besteed aan de films.
Het middagprogramma werd geopend met een toespraak door Nurdan Tatoglu,
voorzitter van Stichting Kezban, over de geschiedenis en de doelstellingen van
de stichting. Hierna werden de Turkse en de Marokkaanse versie van de film
vertoond in aparte zalen. Opnieuw werden de aanwezigen merkbaar geraakt.
Vooral de scènes waarin onherkenbaar gemaakte slachtoffers hun verhaal
vertelden maakten duidelijk veel indruk.
Na een korte pauze volgde een cultureel intermezzo door Funda Müjde, waarin
zij het publiek direct betrok en zich ook rechtstreeks richtte tot minister
Verdonk en de heer Dijkstal.
Vervolgens werden de films op dvd door Nurdan Tatoglu aan deze speciale
genodigden aangeboden. Beiden hielden een korte toespraak, waarin zij hun
visie gaven op het probleem van huiselijk geweld en hun grote waardering
uitspraken voor initiatieven van organisaties als Stichting Kezban.
Hierna was er tijd voor een aantal reacties uit de zaal. Vertegenwoordigers
van verschillende organisaties gaven aan hoe zij de film in hun werk zouden
kunnen gebruiken. Het bleek dat er veel mogelijkheden werden gezien.
Edith Smulders, directeur van TransAct, legde in haar toespraak uit hoe deze
organisatie samenwerkt met Stichting Kezban. Naast de distributie van de film
zal TransAct in opdracht van Stichting Kezban trainingen geven voor diegenen
die met de film gaan werken.
Nadat de bestuursleden van Stichting Kezban zich voorgesteld hadden, en Nurdan
Tatoglu alle aanwezigen voor hun komst bedankt had, presenteerde Slow Down
Productions als afsluiting van de dag een rap, die spontaan geschreven werd na
medewerking van deze groep aan de Marokkaanse versie van de film. De muziek
kreeg de zaal in beweging en zorgde voor een beetje ontlading na een programma
dat veel, soms heftige, emoties en discussies had opgeroepen.
Na dit optreden werd in het cafégedeelte nog lang nagepraat met een drankje en
een hapje. Duidelijk was dat het zien van de films volop stof gegeven had voor
verdere discussie.
De films in gebruik
- distributie
Direct na de presentatie ontstond er een grote vraag naar de films. De daar
aanwezigen wilden hem laten zien aan collega’s, maar ook de media hebben veel
belangstelling gewekt voor de film, waarvan ook een persuitgave was gemaakt.
De daarin getoonde pakkende, gewelddadige fragmenten. werden het hele jaar
door in TV-producties vertoond. Vooral wilden veel instellingen hem direct na
de presentatie gaan gebruiken voor hun voorlichtingsprojecten. In het eerste
kwartaal van 2004 werden al 143 films afgenomen. Aan het eind van het jaar was
de stand van de verkoop: dvd’s 56; Turkse film 71; Nederlands-Turkse film 50;
Arabische film 63; Berberse film 20.
- handleiding
Het was een vast gegeven en ook een eis van een aantal subsidiënten van de
film, dat het bestuur voorwaarden zou stellen aan het gebruik van de film die
bij bepaalde personen gevoelige reacties zou kunnen oproepen. In principe zou
de film niet zonder begeleiding vertoond moeten worden. Maar hoe kun je dat in
de praktijk regelen. Besloten werd een handleiding te maken, die altijd
tegelijk met de film zou worden geleverd. Omdat de ervaringen van de pilots,
die in november en december 2003 werden gehouden, daarin moesten worden
verwerkt, kon het maken van de handleiding niet voor januari beginnen. De
handleiding, gemaakt door Sezai Aydogan (TransACt) en Annelies Janse
(Stichting Welsaen) kwam in maart 2004 van de pers. Veel ongeduldige
bestellers van de film moesten wachten tot de handleiding klaar was, voordat
ze het gevraagde materiaal geleverd kregen
- evaluatieformulier
Om het gebruik van de film te kunnen beoordelen en informatie te verzamelen
voor eventuele vervolgprojecten is tegelijk met de handleiding een
evaluatieformulier gemaakt. Dit maakt onderdeel uit van de handleiding en
wordt ook los meegeleverd. Hoewel het bekend is dat de film al vaak is
gebruikt zijn aan het eind van het verslagjaar nog geen formulieren uit eigen
beweging terug gezonden.
- Duitsland
Via een familielid van een van de bestuursleden, die in Duitsland woont en de
filmpresentatie heeft meegemaakt, kwam bij het bestuur de vraag of het
mogelijk is de film in Duitsland te gaan gebruiken. Zij had hem aan relaties,
werkzaam in het Duitse welzijnswerk, laten zien en dezen waren zeer onder de
indruk. Uiteraard was deze vraag een groot compliment voor de makers van ‘Als
ik háár was...’. Ondanks een positief bericht van het bestuur zijn er nog geen
verder stappen ondernomen; blijkbaar heeft een vertaling etc. heel wat voeten
in de aarde.
-voorlichting
Na de presentatie van de films op 15 januari ontving het bestuur vanuit
organisaties en instellingen vele verzoeken om de films te vertonen en toe te
lichten aan beroepskrachten, politie, steunpunten huiselijk geweld en
dergelijke. Omdat de realisering van het door ons gemaakte voorlichtingsplan,
waarin aanstelling van getrainde voorlichters was voorzien, pas eind van het
verslagjaar in zicht kwam heeft het bestuur in de meest dringende gevallen
zelf de gevraagde voorlichting gegeven. Bestuursleden waren aanwezig op
conferenties van hulpwerkers, de politie, gemeenten, en dergelijke. Gedurende
het hele jaar is zeker totaal 15 keer een voorlichting met de film gegeven;
daarbij waren Ook is in die periode al contact gezocht met enkele
zelforganisaties, die wij in ons netwerk tegen kwamen. Onze hierdoor opgedane
ervaringen met de doelgroep en hun contactpersonen binnen de Turkse en
Marokkaanse gemeenschap zijn zeer waardevol gebleken voor de coördinatoren van
het voorlichtingsproject.
Voorlichtingsproject
“Als ik háár was…“
Om te voorkomen dat de film “op de plank” blijft liggen werd gelijktijdig met
de productie - mede op verzoek van subsidiënten - samen met TransAct een
gedetailleerd voorlichtingsplan gemaakt.
De spil in deze voorlichtingsfase, die 1 tot 2 jaar gaat duren, is de
coördinator voorlichting. Zij geeft informatie over de films, zoekt
voorlichters die getraind willen worden, begeleidt of adviseert deze en
initieert filmvoorstellingen voor moeilijk bereikbare groepen. In dit plan zit
ook het maken van een handleiding om de film te gebruiken voor
deskundigheidsbevordering van hulpverleners.
Helaas lukte het niet de financiering voor dit voorlichtingsproject, de
implementatie van de film, rond te hebben op het moment van de presentatie in
januari. In gesprekken met het ministerie van Justitie, Directie Coördinatie
Integratiebeleid Minderheden (DCIM) bleek het project voor een deel
gerealiseerd te kunnen worden binnen het samenwerkingsproject ‘Praten doet
geen pijn’. Voor een ander deel van de begroting ontvangen wij een subsidie
van het Oranjefonds.
In juli 2004 waren de formele beschikkingen betreffende het project binnen en
na de zomervakantie startten de voorbereidingen van de verwerkelijking van dit
project. Het aantrekken van de coördinator voorlichting is de eerste stap; zij
immers moet het project trekken. Omdat de stichting geen eigen kantoor heeft
en ook om andere redenen geen eigen personeel kan aanstellen werd met TransAct
overeengekomen dat de medewerker daar wordt gepositioneerd. In november en
december volgt de sollicitatieprocedure, die resulteerde in de aanstelling per
1 februari 2005 van twee vrouwen in een duobaan.
In december werd een ander onderdeel van dit project, namelijk het
vervaardigen van een handleiding/methodiek voor gebruik van de films door
hulpverleners en in opleidingen, opgedragen aan de heer R. Duijker, bureau
Artant.
Coördinator Vrijwillige
Contactpersonen
In november van het jaar 2003 ontvingen wij van het ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, Directie Coördinatie Emancipatiebeleid (DCE), de
subsidietoekenning voor het project 'Coördinatie Vrijwillige Contactpersonen'.
Het uitgangspunt van dit project is dat door de inzet van een coördinator de
pool van vrijwillige contactpersonen wordt uitgebreid en versterkt. Een
project van ongeveer anderhalf jaar moet aantonen of deze vorm van
professionalisering er toe zal leiden, dat effectiever op de hulpvragen van
allochtone slachtoffers van huiselijk geweld wordt gereageerd. Niet alleen
door de vrijwilligers van Stichting Kezban, maar ook door de reguliere
hulpverlening.
Aan het begin van het verslagjaar was de wervingsprocedure voor de coördinator
nog maar net gestart. Vanwege het speciale karakter van de functie werd vooral
in eigen kring gescout. Helaas lieten verschillende sollicitanten het tijdens
de procedure afweten en werd het augustus voordat een overeenkomst met een
freelance coördinator kon worden gesloten. Het eigenlijke werk begon dus pas
in september. Na een oriëntatieronde werd in overleg met de bestuursleden die
als contactpersoon fungeren, besloten eerst een behoeftepeiling te doen bij de
al aanwezige vrijwillige contactpersonen. Aan het eind van het verslagjaar
werd al duidelijk dat de door ons verwachte behoefte aan begeleiding en
ondersteuning bij de bestaande contactpersonen niet aanwezig was en het
project een andere wending moest krijgen. Later is gebleken dat meer
vooronderstellingen waarop dit project gebaseerd was niet volledig klopten met
de praktijk.
Hulpverlening
De benaming hulpverlening leidt nogal eens tot verkeerde conclusies. Stichting
Kezban is geen hulpverlenende instelling en heeft ook geen meldtelefoon, maar
reageert positief op vragen om informatie en advies. Zo mogelijk verzorgt ze
bemiddeling en ondersteuning. Van de meeste van die contacten wordt een
(eenvoudig) verslag gemaakt. Het karakter van de hulpvragen is heel
verschillend, hetgeen niet tot uitdrukking komt in het overzicht van de
registraties. Sommige hulpvragen vragen veel tijd en de meeste zijn
ingewikkeld; vaker dan vroeger komt men bij ons omdat de reguliere
hulpverlening geen goed of een ongewenst antwoord gaf.
Korte samenvatting van de geregistreerde cases.
In 2004 zijn 45 hulpvragen geregistreerd. (Ter vergelijking: in 2002 waren het
er 25 en 37 in 2003). Het waren allen vrouwen, waarvan het merendeel Turks.
Slechts 10 hulpvragers spraken goed Nederlands.
Een derde van de hulpvragen kwam binnen via maatschappelijk werk of
vergelijkbare instellingen. De rest via het netwerk van bestuursleden, de
voorlichtingsfilm, via e-mail of informatietelefoon en soms was het de
huisarts of iemand uit de eigen omgeving van de hulpvrager die het eerste
contact met Stichting Kezban legde.
De hulpvraag had vrijwel altijd te maken met geweld of bedreiging; veelal in
een reeds lang durende en gevaarlijke situatie. Nogal wat problemen hielden
verband met uithuwelijking of met verblijfsvergunningen. Het komt vaak voor
dat vrouwen toe zijn aan een echtscheiding, maar dat zonder hulp of
begeleiding niet aan durven/kunnen. Niet zelden zijn ook andere problemen
(alcohol, drugs, geldgebrek, woonproblemen) aanwezig.
Stichting Kezban geeft in de meeste gevallen advies en informatie en verwijst
door naar andere instanties of bemiddelt daarin actief. Indien nodig wordt de
hulpvrager in contact gebracht met een vrijwillige contactpersoon. Ook bestaat
de hulp wel in het samen opstellen van een stappenplan. In twee gevallen kon
geen hulp geboden worden door te hoge eisen van het slachtoffer.
Uit de evaluatie van de advisering blijkt dat in vrijwel alle gevallen de
situatie is verbeterd. Geconstateerd werd dat slachtoffers baat hebben bij een
eigen goede omgeving (bijvoorbeeld een huisarts of familie); de hulpvrager
moet dan gestimuleerd worden een beroep op deze mensen te doen. In veel
gevallen helpt het als men informatie krijgt over de rechten van vrouwen, de
procedures en de taken van de hulpverlening (politie, maatschappelijk werk,
opvanghuis).
De grootste knelpunten blijken nog steeds de schaamte/angst en het gebrek aan
zelfvertrouwen van de vrouwen, haar onbekendheid met voorzieningen en het
Nederlandse rechtssysteem, het isolement waarin sommigen verkeren en de grote
invloed van traditie en het bewaren van de familie-eer. Er is nog steeds een
taalbarrière; ook de (on)toegankelijkheid van de instanties blijft een
knelpunt.
Vergeleken met vorige jaren constateren wij weinig verandering in de
problematiek, waar wij op bovenbeschreven wijze mee in aanraking komen. De
problemen, die ons door slachtoffers en hulpverleners worden voorgelegd
blijven ongeveer dezelfde. En de verhoogde maatschappelijke en politieke
aandacht voor het onderwerp huiselijk geweld heeft in het verslagjaar nog niet
geleid tot een verminderd beroep op de advisering of de tussenkomst van
Stichting Kezban.
Tot slot
2004 was een turbulent, maar ook heel actief en productief jaar van stichting
Kezban.
Stichting Kezban
postbus 166
1110 AD Diemen
website: www.st-kezban.nl
