Voorwoord
Het is nu meer dan drie jaar geleden dat stichting Kezban werd opgericht en
wat heeft onze jonge stichting allemaal bereikt? Als ik terug kijk naar onze
plannen en ideeën dan zie ik dat Stichting Kezban veel verder is gekomen dan
ik eerst in gedachten had.
2003 is een heel zwaar en productief jaar geweest. Het filmproject was een
enorme uitdaging. Het verkrijgen van subsidie was veel werk en het realiseren
van de film nog meer.
Stichting Kezban kreeg veel media-aandacht en haar bekendheid groeide snel.
Daardoor nam het aantal vragen om advies en informatie, zowel van instellingen
als van personen, enorm toe. Daarnaast blijkt de vraag om persoonlijke hulp in
het jaar 2003 weer groter dan vorige jaren.
De bestuursleden zijn van mening dat die toename op alle niveaus komt omdat
wij de eerste organisatie zijn die het onderwerp huiselijk geweld en
allochtonen op deze manier aan de orde stellen. Helaas is het niet mogelijk,
als kleine vrijwilligersorganisatie, aandacht te besteden aan alle problemen
die wij tegenkomen.Wij zien gelukkig dat ook anderen steeds meer openstaan
voor de problematiek. Onze manier van werken heeft navolging gekregen. Zoals
de publieke en politieke aandacht voor een moord door eerwraak en de vele
projecten over huiselijk geweld, die overal gestart worden. Verder zien we met
genoegen dat het gesprek over huiselijk geweld nu ook binnen de doelgroep,
zelfs in de moskee, gevoerd wordt en dat het onderwerp via allerlei
communicatiemiddelen aandacht krijgt.
In juni 1999 toen Kezban vermoord werd heb ik hard geroepen dat huiselijk
geweld een maatschappelijk probleem was. Dat is het nog steeds!! Met haar
specifieke werkwijze wilde Stichting Kezban bereiken dat het probleem op
maatschappelijk niveau onderkend en aangepakt zou worden. Dat gebeurt nu: in
Nederland is er veel aandacht voor gekomen. Met haar middelen draagt de
stichting bij aan het bespreekbaar maken van het onderwerp huiselijk geweld,
in goede samenwerking met andere organisaties. Maar er moet nog veel verbeterd
worden aan de maatschappelijke aanpak zoals voldoende opvang, begeleiding en
huisvesting van slachtoffers, goede wetgeving, aanpak van mannen, etc.
Meer en meer wordt duidelijk dat huiselijk geweld een universeel probleem is .
De noodzaak van samenwerking op alle niveaus dringt steeds verder door. En dat
is al een begin van de mentaliteitsverandering, die bij dit onderwerp
essentieel is. Die moet plaatsvinden zowel binnen overheidsinstellingen, de
publieke sector als binnen families en bij het individu.
Tot slot wil ik een signaal geven naar de overheid en anderen dat de aandacht
voor dit onderwerp structureel moet zijn en niet onsamenhangend en op ad
hoc-basis. De projectmatige aanpak die in Nederland op het ogenblik
gebruikelijk is, leidt tot het gevaar dat over een paar jaar de aandacht
verslapt zonder dat het probleem opgelost is. Er moet permanente aandacht zijn
op een heel hoog niveau voor deze problemen, anders verliezen de investeringen
die nu gedaan worden hun waarde. Dan lijken alle inspanningen die nu verricht
worden op “dweilen met de kraan open”.
Nurdan Tatoglu
voorzitter
oktober 2004
Inleiding
Stichting Kezban, opgericht in januari 2001, heeft als doelstelling het
voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld binnen relaties in allochtone
kring. Het bestuur bestaat uit vrouwen van verschillende etnische herkomst. De
ideeën tot de vorming van deze stichting zijn in 1999 ontstaan en wel naar
aanleiding van de gewelddadige dood van een Turkse vrouw, genaamd Kezban. Zij
werd in Zwijndrecht op straat in het bijzijn van haar kinderen door haar
ex-man neergeschoten.
De stichting wil de waakzaamheid en toegankelijkheid van de reguliere
hulpverlening voor allochtone vrouwen vergroten en door het geven van
voorlichting het onderwerp geweld binnen allochtone kringen bespreekbaar
maken. Voor het verwezenlijken van haar doelstellingen werkt de stichting nauw
samen met verschillende landelijke en regionale organisaties, werkzaam op het
gebied van huiselijk geweld. Stichting Kezban neemt deel aan het door de
rijksoverheid georganiseerd structureel overleg over de problematiek van
huiselijk geweld.
Statuten
De doelstellingen zijn in de statuten als volgt geformuleerd:
artikel 1. De stichting heeft als doel het voorkomen en bestrijden van
relationeel geweld in huiselijke kring in zijn algemeenheid en specifiek onder
de allochtone bevolking, zowel in Nederland als daarbuiten.
artikel 2. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door:
" - ondersteuning en begeleiding van slachtoffers;
" - in kaart brengen van bestaande instellingen, in verband met
doorverwijzing;
" - training van consulenten, die potentiële slachtoffers kunnen benaderen;
" - advisering;
" - het ontwikkelen van netwerken;
" - dossiervorming voor beleidsbeïnvloeding;
" - voorlichting door publicaties, video, film;
" - verzamelen van gegevens / cijfermateriaal;
" - versterken van de kennis en het zelfbewustzijn van allochtone vrouwen;
" - samenwerking met bestaande instellingen werkzaam op dit gebied.
Organisatie en werkwijze in 2003
Bestuur
Mw. Nurdan Tatoglu, voorzitter
Mw. Cock Kerling-Simons, secretaris
Mw. Belkis Tuna-Celikay, penningmeester
Mw. Saadet Metin
Mw. Zeynep Alantor
In februari trad mevrouw Saniye Tezcan toe tot het bestuur.
Het aantal bestuursvergaderingen (16) is groter dan in vorige jaren door het
werk voor het filmproject. Steeds vaker wordt vergaderd op zondag, in verband
met verkeersproblematiek in de randstad. Dit doet wel een beroep op de
flexibiliteit en betrokkenheid van de gezinsleden van de bestuurders.
Mobiel kantoor
In 2003 is het aantal geregistreerde poststukken 433 (ingekomen en uitgaande
post). De bereikbaarheid via een postbus, e-mail en twee mobiele telefoons is
blijkbaar uitstekend, want het aantal informatieverzoeken is groot. Vaak horen
wij dat men ons heeft gevonden dankzij het internet. Via de website huiselijk
geweld van het ministerie van Justitie of onze eigen website, die wekelijks
ongeveer 70 hits heeft.
Ondersteuning
Organisatie
Om hierin een goede keuze te kunnen maken vroegen we SVM een offerte voor een
organisatieadvies. Het Oranjefonds gaf ons hiervoor een subsidie. In
november/december brachten wij in Utrecht, op het kantoor van CIVIQ, twee
zaterdagen door met analyseren van en brainstormen over Stichting Kezban. Dit
onder leiding van twee medewerkers van CIVIQ.
Het rapport werd eind van het jaar aan ons afgeleverd met het voorstel de
besluitvorming pas na 15 januari 2004 te doen, als de hectiek van de
filmpresentatie achter de rug zou zijn.
Samenwerking
Stichting Kezban is deelnemer aan het door de ministeries van Justitie en VWS
georganiseerde Landelijk Platform Huiselijk Geweld.
De samenwerking met TransAct werd gedurende dit verslagjaar voortgezet en
geïntensiveerd.
Donateurs
In dit verslagjaar werd de samenwerking met de sponsor Rotary Zwijndrecht-Waal
en Devel beëindigd.
Zami-award
De prijs bestaat uit een geldbedrag en een unieke speld, ontworpen door
kunstenares Anjo van den Broek. De speld wordt beurtelings gedragen door de
bestuursleden van Stichting Kezban.
P.R-activiteiten
Folder
Inleidingen en presentaties
Perscontacten
Vaak wordt de stichting benaderd door de media met de vraag om commentaar op
een bepaalde actuele gebeurtenis, speciaal als die te maken heeft met
eerwraak. Dit laatste was aanleiding tot het uitgeven van een persbericht,
“Stop vrouwenmoorden” (zie bijlage).
Ook de toekenning van de Zami-award leidde tot een persbericht.
In november werd aan de pers een vooraankondiging gestuurd over de presentatie
van de film in januari 2004. Hierop kwamen verschillende vragen om interviews
en deelname aan TV- en radioprogramma’s.
Informatieverzoeken
Projecten
Videofilmproject
In oktober 2002 kregen wij van de Directie Coördinatie Emancipatie van het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een positieve reactie op ons
projectvoorstel voor het maken van een videovoorlichtingsfilm en werd een
subsidie van ongeveer 70% toegekend. Direct daarna begonnen wij met de
voorbereidingen en in januari is het contract met de producent Leo van de Wouw
getekend. Dit eerste contract ging alleen over het maken van een scenario; de
opdracht voor de productiefase werd getekend in juli. In februari begon de
zoektocht naar het geld om het totaal benodigde bedrag bij elkaar te krijgen.
Uiteindelijk hadden we acht subsidiënten. Het kost veel tijd om contacten te
onderhouden met zoveel organisaties, die allen hun eigen doelstellingen en
verantwoordelijkheden hebben. Maar financieel is het filmproject uiteindelijk
(vrijwel) rondgekomen. Ook inhoudelijk kan het bestuur terugzien op een
geslaagd project. De films zijn door “het veld” met veel enthousiasme
ontvangen. De film “Als ik háár was… “ slaagt er zeker in het onderwerp
huiselijk geweld bespreekbaar te maken. Er is door een groot aantal mensen
veel tijd, denkwerk en energie besteed aan deze films, die uitstralen dat zij
met grote zorg zijn gemaakt. Zowel de Turkse als de Marokkaanse film is
gemaakt in een tweede taalversie. Van de Turkse film is ook een versie
gemaakt, met een Nederlandse voice-over. De Marokkaanse film is beschikbaar in
een versie, die geheel in het Berbers is gesynchroniseerd.
De vier verschillende films zijn verkrijgbaar op VHS-band of gezamenlijk op
een dvd.TransAct verzorgt de distributie en ze worden alleen verkocht tezamen
met de handleiding, die gemaakt werd in samenwerking met TransAct. Om
informatie te verzamelen voor het maken van deze handleiding werden in de
maanden november en december acht pilots van de film uitgevoerd.
De officiële presentatie vond plaats op 15 januari 2004 in De Balie te
Amsterdam.
Van het hele project is een uitvoerig en fraai geïllustreerd verslag gemaakt,
dat verkrijgbaar is bij het bestuur.
Voorlichtingsproject “ Als ik háár was…“
Het voorlichtingsplan, opgesteld in samenwerking met TransAct, bestaat uit een
aantal componenten, die er tezamen voor moeten zorgen dat de film die mensen
bereikt, waar hij voor bedoeld is. De spil in deze fase, die 1 tot 2 jaar gaat
duren, is de coördinator voorlichting. Zij geeft informatie over de films,
zoekt voorlichters die getraind willen worden, begeleidt of adviseert deze en
initieert filmvoorstellingen voor moeilijk bereikbare groepen. Het
voorlichtingsplan voorziet ook in het maken van een handleiding om de film te
gebruiken voor deskundigheidsbevordering van hulpverleners.
.Helaas lukte het niet het voorlichtingsplan te laten aansluiten aan de
presentatie van de films op 15 januari 2004.
Subsidieaanvraag bij DCE werd afgewezen, maar in het kader van het Plan van
Aanpak om huiselijk geweld bespreekbaar te maken in allochtone kringen, werd
het plan in december 2003 bij het ministerie van Justitie ingediend voor
subsidie in 2004.
Vrijwillige contactpersonen
Coördinator Vrijwillige Contactpersonen
Het uitgangspunt is dat door het inzetten van een coördinator de pool van
Vrijwillige Contactpersonen wordt uitgebreid en versterkt. Een project van
ongeveer anderhalf jaar moet aantonen of deze vorm van professionalisering er
toe zal leiden, dat effectiever op de hulpvragen van allochtone slachtoffers
van huiselijk geweld wordt gereageerd. Niet alleen door de vrijwilligers van
Stichting Kezban, maar ook door de reguliere hulpverlening.
De procedure voor het werven van de coördinator was aan het einde van het
verslagjaar in volle gang.
Hulpverlening
Het waren allen vrouwen. 19 van Turkse, 11 van Marokkaanse origine en de
overigen van diverse of onbekende herkomst. 14 spraken slecht, 7 matig en 10
goed Nederlands.
Ongeveer een derde van de hulpvragers kende de stichting vanuit het netwerk
van een bestuurslid, een zestal kwam bij ons terecht via de website en de
overigen via een tussenpersoon.
De hulpvraag had vrijwel altijd te maken met geweld of dreiging van geweld;
niet alleen van de echtgenoot, maar ook van de schoonfamilie. Verschillende
malen werd gevraagd om advies over een vluchtplan of het verkrijgen van een
andere woning.
Uit de hulpvragen blijkt veel onwetendheid over de mogelijkheden en toegang
tot de bestaande hulpverlening. Ook angst, eenzaamheid en gevoelens van
onveiligheid worden vaak gesignaleerd.
In bijna alle gevallen heeft Stichting Kezban advies kunnen geven. Vaak
gebeurt dat door verwijzing, waarbij de stichting soms een eerste contact
legt. Ook belt iemand van de stichting wel eens met de familie, een tolk, een
imam of een woningbouwcorporatie. In een aantal gevallen wordt het contact
verbroken door de hulpvrager. Soms uiten cliënten hun dankbaarheid voor de
geboden interventie.
De problematiek kan herleid worden tot de volgende knelpunten:
- cultuurproblemen, zoals familie-eer , tradities, druk vanuit de eigen
gemeenschap;
- taalbarrières, communicatieproblemen, isolement van het slachtoffer;
- schaamte en angst van de hulpvrager;
- gearrangeerde huwelijken;
- verblijfsvergunningen;
- drempels van de hulpverlening;
- onbekendheid en onduidelijkheid van procedures bij slachtoffers
- onvoldoende kennis van de specifieke problematiek bij de hulpverlening;
- eisen van instanties en onvoldoende tijd voor begeleiding van slachtoffers.
Tot slot bedankt het bestuur allen, die door hun actieve medewerking aan het
bestuurswerk, hun vrijwillige inzet voor de hulpverlening, hun financiële
bijdrage of door de belangstelling voor onze doelstellingen, ons hebben
ondersteund, gestimuleerd en geïnspireerd.
oktober 2004
Stichting Kezban
postbus 166
1110 AD Diemen
e-mail: info@st-kezban.nl
website: www.st-kezban.nl
